KENNISCENTRUM

Vereenvoudigde WIA-beoordeling 60-plussers: doen of niet doen?

10 september 2026 4 minuten

Op 1 oktober 2022 kreeg UWV bij langdurig zieke werknemers van 60 jaar en ouder de mogelijkheid een vereenvoudigde WIA-beoordeling toe te passen. Na een korte onderbreking is deze maatregel sinds 1 september 2025 weer terug. Dit betekent in de praktijk dat de kans op toekenning van een uitkering groter is dan normaal. Doen werkgevers er verstandig aan om op deze optie aan te sturen? En welke haken en ogen zitten hieraan?

De vereenvoudigde WIA-beoordeling moet verlichting bieden bij de achterstanden waar UWV mee kampt bij het beoordelen van werknemers. De regeling zou in eerste instantie gaan gelden van 1 oktober 2022 tot 1 januari 2024, maar werd al snel verlengd tot 31 december 2024. Na een korte onderbreking keerde hij 1 september 2025 terug, met als einddatum 1 september 2027. Volgens een recente Kamerbrief met bijlage lopen de achterstanden bij de WIA ondanks alle maatregelen nog steeds op. Een nieuwe verlenging lijkt daarom zeker niet uitgesloten. Maar of die er nu komt of niet: tot september 2027 hebben werkgevers en werknemers in elk geval met de regeling te maken.

Beoordeling zonder verzekeringsarts
Gedurende de looptijd van de regeling komen werknemers voor vereenvoudigde beoordeling in aanmerking als ze aan het einde van de WIA-wachttijd (104 weken ziekte) 60 jaar of ouder zijn. De werkwijze houdt in dat UWV niet standaard een verzekeringsarts betrekt bij het bepalen van het recht op een WIA-uitkering. In plaats daarvan beoordeelt de uitvoeringsinstelling de situatie op basis van de schriftelijke informatie die onderdeel is van de WIA-aanvraag. Denk bijvoorbeeld aan het re-integratieverslag en het actueel oordeel van de bedrijfsarts. Na uitleg door een arbeidsdeskundige kunnen werkgever en werknemer aangeven of zij hier akkoord mee gaan.

Laagdrempelig afscheid bij probleemdossiers
Maakt de werkgever of de werknemer bezwaar, dan volgt de normale beoordeling. Verder schakelt UWV alsnog een verzekeringsarts in als het verwacht dat er recht bestaat op een IVA-uitkering voor volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid. In alle overige situaties biedt de regeling werkgever en werknemer een laagdrempelig afscheid. Dit is vooral van belang bij probleemdossiers waarin de werknemer in de toekomst mogelijk wel kan werken, maar ten tijde van de keuring geen inkomen uit werk heeft. Bij de vereenvoudigde beoordeling krijgt de werknemer dan meestal het oordeel volledig, maar niet duurzaam arbeidsongeschikt (WGA 80-100). Dit betekent dat hij de hoogst mogelijke WGA-uitkering ontvangt. En dat UWV hem helpt bij het zoeken naar werk als de werkgever publiek verzekerd is.

Geen kostenverhoging bij WGA-instroom
De werkgever hoeft op zijn beurt niet bang te zijn dat toekenning van een WGA-uitkering leidt tot verhoging van zijn WGA-premie (bij publieke verzekering) of uitkeringskosten (bij eigenrisicodragen). De overheid zondert álle WGA-uitkeringen die UWV gedurende de looptijd van de vereenvoudigde beoordeling aan 60-plussers toekent uit van de gebruikelijke premiesystematiek. UWV financiert deze uitkeringen niet uit de Werkhervattingskas, maar uit het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof). Dit betekent dat individuele toerekening van de schade volgens het principe ‘de vervuiler betaalt’ achterwege blijft. Middelgrote en grote werkgevers hebben hier normaal mee te maken wanneer zij een werknemer in de WGA laten instromen. Door de uitzondering geldt dit nadeel momenteel bij geen enkele 60-plusser. Dus ook niet als de instroom via een normale beoordeling tot stand komt.

Niet te snel voorsorteren op een uitkering
Zoals gezegd: de vereenvoudigde beoordeling biedt een laagdrempelig afscheid. Toch doen werkgevers er zeker niet verstandig aan al te snel voor te sorteren op een WGA-uitkering. Het is verstandig om alle risico’s en voor- en nadelen zorgvuldig te overwegen:

  • De vereenvoudigde procedure heeft géén betrekking op de toetsing van inspanningen voor re-integratie in de eerste twee jaar. Wie kansen laat lopen, kan van UWV een loonsanctie krijgen.
  • In de huidige arbeidsmarkt zijn nieuwe werknemers vaak lastig te vinden. Ook dit maakt het raadzaam álle kansen te benutten om een 60-plusser te behouden.
  • Er alles aan doen om langdurig zieke werknemers te behouden draagt verder bij aan een aantrekkelijk werkgeversmerk. Ook dat is in een krappe arbeidsmarkt van belang.
  • Mogelijk is het kabinet bij het afwegen van een eventuele verlenging gevoelig voor kritiek op de regeling. Zo heeft het Register Specialistisch Casemanagement (RSC) gepleit voor aangepaste regels en subsidies in de eerste twee ziektejaren, om zo veel mogelijk 60-plussers aan het werk te houden. Iets om in de gaten te houden!

Ook te maken met een zieke 60-plusser?
Ons team Mandaat Verzuim Support staat werkgevers en hun adviseurs graag terzijde met deskundig advies. Neem contact op via verzuimsupport@mandaatassuradeuren.nl of 088-121 02 65. We helpen je graag verder.